Het land van Mickey en zijn vrienden

Disneyland. In lang vervlogen tijden hadden we kind noch excuus om naar het land der sprookjes en dure frieten te trekken. Intussen is Oliver twee jaar. Vorige maand deden we de impulsaankoop. We gaan naar Disneyland! Eurodisney! Disneyland Parijs! Of in Oliver zijn taal, we mogen blijven slapen bij Mickey Mouse en zijn vrienden! We gaan zelfs naar zijn kasteel kijken. ‘Joepie!’

Na het geluk kwam de twijfel. Heeft een kind van twee iets aan Disneyland? Misschien is de speeltuin wel even goed. Of een pretpark dichterbij en sympathieker voor de portemonnee.

Maar al snel ruimt twijfel plaats voor een potentieel artistiek mini-project. ‘Weet je, als het tegenvalt, dan maak ik er een fotoproject van. Ik fotografeer alle ‘kantjes’ van het zogenaamd magische pretpark. De ritssluitingen van de kostuums. De zweetdruppels van de frietscheppende, hotdogverkopende jobstudenten. De randjes van de magie. Datgene wat voorbijgaat aan de magie, maar wel een inherent deel ervan uitmaakt en wat de magie mogelijk maakt.’

Want laat ons eerlijk zijn. Een Disneyland ervaring als kind is niet te vergelijken met een soortgelijke uitstap met volgroeide hersenmassa. Als kind let je niet op de kleine kantjes.

Spannend afwachten dus. Gaan wij er iets aan hebben? Gaat Oliver dat uberhaupt beseffen?

‘Nog drie nachtjes slapen. Nog twee keer in je bedje. Morgen naar Mickey Mouse zijn kasteel!’ ‘Joepie!’ Slapen – autorit – hotel inchecken. In de auto grapjes over de wachtrijen, ‘je moet dan altijd eens ondergronds, maar ziet dat niet als je aan de rij begint.’ Op de parking rijdend en tegelijk zoekend naar de bevestigingsmail van de reservering spotten we de eerste Disney oortjes, petten, hemden met korte mouwen, sandaalachtigen, driekwartsbroeken, volgeladen buggy’s. OMG we zitten in de jaren negentig! Verschieten. Zien wij er ook zo uit? – verdwaalde gedachten over onze jeugdjaren en lang vervlogen pretparktrips.

We willen het hotel binnengaan. Het mag niet. De kordate man bij de deur wijst naar een donkergroene tent. Metaaldetector en bagagescan. We zijn niet meer in de jaren negentig.

Oef, we mogen binnen. Op de valreep voor een hele bus toeristen. VERSCHIETEN. In de lobby staan er wachtrijen alsof het voor de Space Mountain zou zijn. Staan die tot in het hotel aan te schuiven?! Een vriendelijk lachende dame doet teken om plaats te nemen in de rij. Let the waiting games begin! (And may the odds be ever in your favor.)

Aaaaaaaah. Eindelijk. Ingecheckt. Op naar het park! Groene tent. Nog een groene tent. Aaaaaaaaah. We zijn er. Tot nog toe gedraagt Oliver zich goed. Wachten is niet simpel voor hem, maar het lukt. Nu wil hij naar Mickey. Dringend. Hij ziet een afbeelding van Mickey. ‘Mickeeeey Mouse!’ Hij vindt het leuk. JA! Hij vindt het leuk! Nu al geslaagd. Opluchting.

Iets simpel om te starten. Draaimolen? Vliegende olifanten? WACHTRIJ REALITY CHECK. Eerst iets eten. WACHTRIJ REALITY CHECK. 40 minuten in de rij voor middelmatige hotdogs, slechte frieten en een zeer beroerde salade. Onze eerste les geleerd. Ik hoor iemand vragen wat de vegetarische menu opties zijn. ‘Fries and salad.’ Ocharme.

Gegeten, gedronken. Weekendmodus aan. Beter.

Het fotoproject blijkt niet nodig en zou meer dan enkele dagen moeten duren want het Disneyland concept zit echt wel héél goed in elkaar. Het is moeilijk om kleine kantjes te spotten. Wel moet ik me inhouden om niet elke vijf meter de bezoekers te fotograferen, zwetende mensen met Minnie oren. Blije hoedjes op vermoeide hoofden. Fantastische opportuniteiten als fotograaf, tenminste als je het cynische van de situatie wil omarmen. Het fotografisch oog staat altijd aan… Beroepsmisvorming.

Draaimolen. Bootjes. – It’s a small world zit nog steeds muurvast in onze hoofden. Een commercieel genie ligt aan de basis van dit concept. – Water drinken. Piratenboot bekijken. Boomhut bezoeken. Water drinken. Wandelen. Per ongeluk een spookhuis. Oliver vindt dat niet zo leuk. Wandelen. Water drinken. Disney parade! ‘Mickeeeey Mouse!!’ Veel gezwaai naar de Disney figuren tijdens de parade.

De camera wordt zwaar. Dan volgt de onvermijdelijke afweging: camera bijdehand houden en mogelijks goede foto’s maken (mogelijks ook niet), of de camera in het hotel leggen en mij volledig onderdompelen in de Disney magie. Het werd dat tweede. Als de camera weg is dan kan ik me iets meer losmaken van het fotografisch oog, het continue zoeken naar goede beelden, interessante mensen en gelaatsuidrukkingen. Dan kan ik afstand nemen van de soms cynische blik en het familie uitje volledig omarmen. Doen we. Ga ik meteen ook voor de Minnie oren?

Dag twee was grotendeels een herhaling van dag één. Groene tentjes incluis. Behalve de stress. Op een bepaalde moment moet je jezelf overgeven aan het hele concept, het wachten. het overpriced eten.

Op het einde wilden we niet meer weg. Dat zegt het allemaal. Het was geweldig. Het was zalig. Het was magisch.

Liefs,
Maxine